Cataract

Een bekend begrip in de oogheelkunde is staar, soms ook grauwe staar genoemd. De medische term ervoor is cataract. Cataract kunnen we uitleggen als elke vorm van witting of troebeling van de lens of het lenskapsel.

 

Congenitaal cataract is aanwezig op het moment dat de oogjes van de pups opengaan. In de praktijk wordt het vaak pas vastgesteld rond de leeftijd van 6-8 weken. Meestal is deze vorm niet progressief. Er kan zelfs een lichte verbetering optreden tijdens de groei, omdat de lens rond de plek nog groeit en de troebeling in verhouding tot de lensdiameter kleiner wordt.

 

Juveniel cataract ontstaat meestal tussen het eerste en achtste levensjaar.

 

Bij nog later optredende troebelingen spreken we van een seniel cataract.

 

Het is niet altijd voorspelbaar of de troebeling in de lens zal uitbreiden of niet.

 

Het is belangrijk om cataract te onderscheiden van lenssclerose. In dit laatste geval treedt er een verdichting op in het centrum van de lens ten gevolge van de ouderdom. Dit is een normale fysiologische verandering. De hond kan blijven zien door deze lens in tegenstelling tot bij cataract.

 

Naast de erfelijke vormen van Cataract kan ook het volgende optreden:

 

Stralings-cataract. Overmatige bestraling van het oog, bijvoorbeeld Röntgen- of gammastraling, maar ook UV-licht, kan cataract induceren.

 

Alimentair/toxisch cataract. Bepaalde giftige stoffen en mogelijk sommige 

voedingsbestanddelen kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van cataract.

 

Traumatisch cataract. Door een steekwond door bijvoorbeeld een doorn, een splinter of een nagel van een kat kan cataract ontstaan wanneer de lens of het lenskapsel geraakt wordt. De uitgebreidheid van het cataract is afhankelijk van de diepte van de wond en de snelheid van helen van het lenskapsel. Bij snelle heling kan het cataract beperkt blijven tot een kleine zone, het gezichtsvermogen kan dan onaangetast blijven.

 

Secundair cataract

Een laatste vorm van cataract is secundair cataract. Het hoort niet in het bovenstaande lijstje omdat de cataract optreedt als gevolg van een andere (oog-) aandoening en niet als ziektebeeld op zich. Voorbeelden zijn lensluxatie, retinadysplasie en progressieve retina atrofie.

 

De laatste twee oorzaken zijn netvliesaandoeningen waarbij vaak blindheid optreedt. Het is dan ook aan te raden deze oorzaken uit te sluiten vooraleer men overgaat tot behandeling van het cataract

 

Diabetisch cataract

Deze vorm kan geschaard worden onder het kopje secundair, maar wordt als aparte aandoening besproken in verband met een bijzonder belang.

Bij diabetes-cataract stijgt de hoeveelheid suiker in het oogvocht en de lens, deze suiker wordt omgezet in bepaalde stoffen die sterk water gaan aantrekken in de lens. Hierdoor krijgt men zwelling en dus ontstaat cataract. Het belang van deze vorm van cataract is dubbel: enerzijds kan het optreden van cataract door diabetes heel snel gaan (soms binnen 14 dagen) en is het dus aan te bevelen een suikerpatiënt zo snel mogelijk te behandelen, anderzijds is het (plots) optreden van cataract een goede reden om na te gaan of de patiënt suikerziekte heeft.

 

Behandeling.

Er bestaat geen behandeling met medicijnen voor cataract, noch kan men de progressie van cataract beïnvloeden door medicijnen. De enige behandelmogelijkheid is chirurgie. Er zijn verschillende technieken beschreven:

 

Totale (extracapsulaire) lensextractie.

Hierbij wordt de gehele lens met het lenskapsel verwijderd. Dit is de gemakkelijkste manier voor de chirurg. Nadeel is dat de lens niet vervangen kan worden en de hond dus nadien wel zicht heeft, maar niet scherp kan zien. Gevolg is dat de hond zich nog eens kan stoten tegen onverwachte obstakels.

 

Intracapsulaire lensextractie.

De lens wordt bij deze techniek uit het lenskapsel gehaald. Nadien kan een kunstlens ingebracht worden in het lenskapsel. Dit zorgt ervoor dat het zicht van de hond bijna volledig terugkeert. Nadelen zijn de kosten (ingewikkelder operatie) en het iets groter risico op complicaties.

 

De nieuwste techniek heet Phacoemulsificatie.

Bij deze techniek wordt eveneens de lens verwijderd uit het kapsel. Het verschil met boven beschreven techniek is dat hier een veel kleiner sneetje wordt gebruikt en de lens als het ware wordt verbrijzeld. Hierna kan de lens uit het kapsel worden gezogen en de kunstlens worden geplaatst. Voordeel van deze techniek is de kleinere kans op complicaties en het sneller herstel.

 

Voor alle boven beschreven behandelingen wordt de hond verwezen naar een oogspecialist Een officieel oogonderzoek in Nederland wordt altijd door een erkende ECVO specialist gedaan.

 

Schapendoezen die lijden aan cataract zijn bij de VNS en de Schapendoesclub uitgesloten van de fokkerij.

2018 © Marjolein Flobbe

fight cancer logo
KWF logo
  • Wix Facebook page
  • Twitter Classic
  • LinkedIn App Icon