HD: Heupdysplasie

Heupdysplasie (HD)               Auteur: Drs C.D. van Zuilen

 

Dit is een aandoening, waarbij er teveel speling aanwezig is in het heupgewricht, waardoor een misvorming van het heupgewricht kan ontstaan. Heupdysplasie komt niet alleen voor bij honden maar ook bij mensen en katten.

 

Honden met heupdysplasie behoren vooral tot de grotere en middelgrote hondenrassen, In het merendeel van de gevallen (93%) zijn beide heupen aangetast, maar HD komt ook wel eens voor aan slechts één heupgewricht.

 

Bij mensen is heupdysplasie een aangeboren ziekte, hetgeen betekent dat een baby reeds bij de geboorte afwijkende heupgewrichten heeft. Dit in tegenstelling tot de hondenpup die geboren wordt met 'normale heupen'. HD is bij de hond een erfelijke maar geen aangeboren ziekte, waarbij de afwijkingen aan de heupgewrichten zich in het eerste levensjaar zullen ontwikkelen.

 

Naast de erfelijke aanleg die een hond kan hebben voor HD, is er ook een grote omgevingsinvloed op het zich ontwikkelen van HD. Voorbeelden van deze omgevingsfactoren zijn: (over)gewicht en bouw van de hond, voeding (mineralen) en overmatige inspanning (denk hierbij ook aan Agility). Omdat deze omgevingsfactoren een belangrijk onderdeel vormen bij zowel het voorkomen als de behandeling van HD zullen we hierop in dit artikel uitgebreid ingaan.

 

Het ontstaan van HD

Wanneer een pup geboren wordt, heeft deze normale heupen, ongeacht of de hond een erfelijke aanleg heeft voor HD of niet. Het heupgewricht is een kogelgewricht. Het bestaat uit de kop van het dijbeen, die kan draaien in de heupkom. Het heupgewricht is een kogelgewricht.

 

Bij een normaal gezond heupgewicht zit de kop stevig vast in de voldoende diepe heupkom. Het heupgewricht wordt omgeven door het gewrichtskapsel en de daarin aanwezige gewrichtsvloeistof. Deze vloeistof dient als smeermiddel en als voedingsbron voor het gewricht. De stevige aansluiting van de kop in de heupkom zorgt voor een normale ontwikkeling van het heupgewricht. Bij de normale hond wordt de kop in de kom stevig op zijn plaats gehouden door het gewrichtskapsel, de gewrichtsbanden en de spieren van de achterhand. Bij de hond met aanleg voor HD is er sprake van teveel speling in het gewricht, waarbij het gewrichtskapsel en de banden onvoldoende stevigheid en steun geven. De onvoldoende aansluiting van de heupkop met de heupkom geeft bij de opgroeiende hond na verloop van tijd aanleiding tot een afwijkende groei en vorming van het heupgewricht. De misvorming van het heupgewricht (ondiepe heupkom, afgevlakte kop) veroorzaakt daarop weer meer speling, doordat de dijbeenkop en de heupkom nog slechter in elkaar passen. Speling in het heupgewricht en/of het niet goed passen van de kop in de kom, veroorzaakt ook overmatige slijtage van het gewricht. Heupdysplasie = misvorming van het heupgewricht.

 

Gewenste situatie                                                                       Heupgewricht is te 'los'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De verschijnselen van HD Vooraf is het belangrijk te onderkennen dat lang niet alle honden met HD ook daadwerkelijk klachten ontwikkelen! Er zijn veel honden waarvan de eigenaar niet weet dat de hond behept is met HD en die nooit verschijnselen van HD zullen vertonen. Hoeveel problemen een hond met HD heeft, is afhankelijk van de ernst van de gewrichtsveranderingen, de leeftijd van de hond, de beweging die de hond krijgt en de individuele pijngevoeligheid van de hond.

 

Honden met HD zijn in te delen in drie verschillende groepen:

1. Honden met HD zonder klachten;

2. Jonge honden (6 - 18 maanden) met HD en pijnklachten;

3. Volwassen honden met HD en pijnklachten.

 

Deze groepen worden hier apart besproken, omdat de behandeling verschillend is.

 

1. Honden met HD zonder pijnklachten Honden met heupdysplasie zonder pijnklachten hebben geen behandeling nodig. Wél is het verstandig om honden waarvan bekend is dat zij HD hebben, niet te zwaar te belasten. Honden met HD kunnen uitstekend functioneren als huishond, maar zware belasting zoals bij de africhting vergroot de kans op pijnklachten. Ook is het beter deze honden niet te zwaar te laten worden, omdat het overgewicht de sterk veranderde heupen extra belast.

 

2. Jonge honden met HD (6 - 18 maanden) en pijnklachten Jonge honden met HD kunnen vanaf de leeftijd van 6 maanden geleidelijk aan verschillende symptomen laten zien zoals moeilijk opstaan, heupwiegend lopen, liever niet willen rennen en duidelijke pijn in de achterhand bij het traplopen. Soms zijn de verschijnselen subtieler en lijkt de hond te rustig voor zijn leeftijd (minder speels). De pijnklachten worden dan veroorzaakt, doordat de heupkoppen tijdens het bewegen niet voldoende in de heupkom blijven zitten. Wanneer een jonge hond kreupel loopt of bovengenoemde verschijnselen vertoont, is het verstandig de dierenarts te laten controleren of de heupen 'te los' zitten.

 

3. VoLwassen honden met HD en pijn De kreupelheid bij deze honden met pijnklachten ontstaat, doordat de misvormde heupen door de jaren heen steeds meer gewrichtsslijtage hebben opgelopen. Deze gewrichtsslijtage noemen we ook wel arthrose. De kreupelheid is soms slechts aan één poot, maar meestal aan beide achterpoten. Deze honden kunnen verschijnselen vertonen van ochtendstijfheid en/of startkreupelheid. De hond komt 's ochtends moeilijk uit de mand, maar na een langere of kortere periode van bewegen lijkt de hond 'er doorheen' te lopen. Tijdens perioden van wachten of stilstand in een wandeling lijkt de hond liever te gaan zitten dan te staan en komt dan bij het opstaan moeilijk overeind. Ook kan de hond minder enthousiast zijn om te speten met een bal of kan hij achterblijven tijdens het uitlaten. Bij deze categorie patiënten zitten de heupen vaak niet meer Los, omdat er door de gewricht slijtage nieuw bot (botwoekeringen) rond het gewricht werd gevormd en het gewrichtskapsel door de irritatie verdikt is. Deze botwoekeringen zijn goed zichtbaar op een röntgenfoto van de hond. Aan de hand hiervan kan de mate van arthrose worden vastgesteld.

 

Hoe kom je erachter dat een hond heupdysplasie heeft? Geen van de hiervoor genoemde verschijnselen zijn specifiek voor H D. Om met zekerheid vast te stellen dat een hond last heeft van HD en niet van een andere ziekte moeten er röntgenfoto's gemaakt worden van de heupgewrichten. Hierdoor kunnen misvormingen van de heupgewrichten worden waargenomen en kan de ernst hiervan worden geïnventariseerd. Alhoewel er niet altijd een duidelijke relatie is tussen de ernst van de misvormingen op de röntgenfoto en de pijnklachten van de hond, zijn de foto's belangrijk voor het bevestigen van de diagnose en het bepalen van de noodzakelijke of (nog) mogelijke behandeling.

De aanleg voor heupdysplasie is al op jonge leeftijd (vanaf 16 weken!!) te bepalen met behulp van de z.g. PennHip methode. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is heupdysplasie op veel manieren en op iedere leeftijd te behandelen.

 

Behandelen zonder operatie; de z.g. conservatieve behandeling.

Behandeling van 16-18 weken leeftijd; de JPS.

Behandeling van heupdysplasie op de leeftijd van 6-12 maanden, Bekkenkanteling.

Behandeling van heupdysplasie op latere leeftijd of bij zeer ernstige slijtage; De heupprothese, De heupkopresectie

 

De conservatieve behandeling van heupdysplasie (HD)

Veel gevallen van heupdysplasie ( HD) zijn te behandelen met training en medicijnen. Hoofddoel hierbij is om de hond (en de heupgewrichten) in beweging te houden. Hierbij kunnen pijnstillers, voedingssupplementen en bovenal training gebruikt worden. Zeker bij deze aanpak is de eigenaar de hoofdbehandelaar! Overbelasting moet steeds voorkomen worden. Hierbij moet niet alleen aan al te wild spelen gedacht worden maar vooral ook aan het voorkomen of terugdringen van overgewicht. In een veel gevallen is het raadzaam om ook een fysiotherapeut te betrekken bij de behandeling.

 

De bekkenkanteling bij heupdysplasie

Bij jonge honden met heupdysplasie (HD) is het mogelijk om de stand van de heupkom te veranderen. Bij deze ingreep wordt de heupkom verder over de heupkop gedraaid. Deze laatste krijgt daardoor een groter dak boven het hoofd en kan de slijtage aan het heupgewricht gestopt of vertraagd worden. Om de heupkom te kunnen draaien wordt het bekken op drie plaatsen doorgezaagd en met een speciale kantelplaat weer vastgezet. Deze operatie is het meest succesvol wanneer er nog weinig of geen slijtage in het heupgewricht aanwezig is.

 

De heupprothese bij heupdysplasie

Een nieuwe heup!Sommige gevallen van heupdysplasie zijn zo ernstig dat zelfs op een leeftijd van 6-7 maanden een ingreep als een bekkenkanteling niet meer mogelijk is. ELMO! Ook kan bij (iets) oudere honden de artrose al zo ver gevorderd zijn dat er van het 'eigen' heupgewricht niet veel meer te maken is. In die gevallen kan het plaatsen van een kunstheup het leven van de hond weer leuk maken en soms zelfs levensreddend zijn. Deze cementloze heupprothese (ook bekend als de Züricher prothese) wordt gemaakt van titanium en heeft een aantal goede biomechanische kenmerken die ervoor zorgen dat deze heup vast zit vanaf dag 1 tot aan het eind van het hondenleven. Hij is ontwikkeld en wordt gemaakt door de firma Kyon in Zwitserland. Ook bij dit heuptype kunnen er echter, soms ernstige, complicaties optreden. Het is van belang dat u zich hierover goed laat voorlichten.

 

 

Het voorkomen van HD

Het gezegde 'voorkomen is beter dan genezen' gaat zeker op voor HD, daar deze ziekte nooit geheel te genezen is. Het voorkomen van HD kan op twee manieren:

 

1.) het voorkomen van HD bij de individuele hond door de omgevingsomstandigheden voor de jonge opgroeiende hond te optimaliseren; Bij de gemiddelde jonge hond vindt 80% van de skeletontwikkeling in de eerste 6 maanden plaats. Met name de eerste 60 levensdagen van de pup zijn zeer belangrijk in de ontwikkeling van het gewrichtskapsel en de banden die nodig zijn voor de ondersteuning van het gewricht. In de eerste 6 levensmaanden kan de ontwikkeling van HD tot een minimum beperkt worden door het voorkomen van overbelasting van de banden en het gewrichtskapsel. Doe het daarom in deze periode kalm aan met de pup! Zoals reeds eerder genoemd geeft een goede bespiering van de achterhand ook extra stevigheid aan de verbinding tussen de heupkop en heupkom. Echter, het trainen van de spieren van de achterhand kan beter uitgesteld worden tot een leeftijd van 9-11 maanden, wanneer het bekken geheel is uitgegroeid. Naast beweging speelt ook de voeding een duidelijke rol bij de ontwikkeling van HD. Uit onderzoek is gebleken, dat het optreden en de ernst van HD kan worden verminderd door de groeisnelheid van puppies te beperken middels vermindering van de voedselopname. Ook de verstrekking van teveel kalk en vitaminen lijkt een ongunstige invloed te hebben op het ziekteproces en geeft bovendien kans op andere orthopedische problemen. Het advies is dan ook om een commercieel hondenvoer (zonder bijvoegingen van kalk of vitaminen) te verstrekken. Wil men zelfbereide voeders geven, dan dienen deze door de dierenarts goed op hun samenstelling te worden gecontroleerd!

 

2.) het voorkomen van HD bij jonge honden van een bepaald ras door het controleren van fokdieren op HD. Binnen de verschillende rasverenigingen is in de reglementen opgenomen aan welke eisen fokdieren moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een stamboom. Het is aanbevelingswaardig om alleen te fokken met HD-vrije honden om zo de kans op HD bij het nageslacht zo klein mogelijk te maken. Wanneer u overweegt een pup aan te schaffen, kunt u bij de desbetreffende rasvereniging informatie opvragen over de fokreglementen ten aanzien van HD. Een nauwkeurige controle van honden zonder uitwendige klachten is alleen mogelijk met behulp van röntgenfoto's. De röntgenfoto's van de heupen worden bij de dierenarts gemaakt, en dan ter beoordeling opgestuurd naar de Hirschfeld stichting, waarna de beoordeling wordt afgegeven door de Raad van Beheer.

HD officieel laten beoordelen/vaststellen/registreren:

 

Eén van de taken van het HD-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de heupgewrichten van honden.

 

Conform de regels van de F.C.I. dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto's minimaal 12 maanden oud te zijn. Voor enkele grote rassen, die pas later volgroeid zijn, geldt een verplichte minimumleeftijd van 18 maanden

 

HD-foto's worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. De beoordeling van HD-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken. Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden, nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, in de daaropvolgende week, beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden, tenzij de foto niet aan de technische eisen voldoen.

 

 

Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Ter wille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert en met een verzoek om een nieuwe opname te maken.

 

Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek staat de definitieve beoordeling, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.

 

De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.

 

HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.

 

De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).

 

Nederlandse Normering

HD -    HD A 

HD tc   HD B

HD ±    HD C

HD +    HD D

HD ++   HD E

 

 

Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde".

De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling. Op het certificaat wordt dit duidelijk gemaakt door het vermelden van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "bot-afwijkingen". 

 

Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijkingen en de uitslag:

zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B,

lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD C

ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD D.

 

De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

 

 

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.

 

Van honden die niet vrij blijken te zijn van heupdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto niet voorspeld worden of ze vroeger of later problemen kunnen krijgen. Ook wanneer vrij duidelijke misvormingen worden gevonden betekent dat niet dat de hond er beslist last van moet krijgen. Het is dan wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de heupgewrichten wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. 

 

De HD-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de heupgewrichten van de individuele hond. Gegevens over de HD-beoordeling van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond. Het is daarom van belang dat de rasverenigingen over alle uitslagen kunnen beschikken en dat alle HD-foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de HD-commissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de heupgewrichten worden gevonden. Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is. Bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk. Binnen de rasverenigingen zullen fokkers in goed overleg met de Raad van Beheer, afdeling GGW, kunnen vaststellen wat in het kader van HD-bestrijding voor hun ras noodzakelijk en mogelijk is, en wat in de fokkerij ten aanzien van HD nog verantwoord is.

 

Penn Hip

Met de zogenaamde PennHip-methode, kan al op jonge leeftijd een inschatting gemaakt worden van de losheid van de heupen. Dit heeft een hoge voorspellende waarde voor een mogelijke aanleg voor heupdysplasie. Deze beoordeling is dan ook een welkome aanvulling op de bestaande onderzoeken ter preventie van heupdysplasie in rashondenpopulaties. De Raad van Beheer adviseert om binnen het fokbeleid niet enkel af te gaan op een Pennhip uitslag, maar, afhankelijk van het ras op de leeftijd van 12, 18 en/of 24 maanden de heupen (ook) te beoordelen met behulp van officiele rontgenopnames. Er zijn geen FCI normen t.a.v. PennHip en de Raad registreert de uitslagen niet.

 

Advies

Het is aan te bevelen alleen met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen (pups) het kleinst is, maar:

 

dat is niet bij elk ras mogelijk (weinig beschikbaar fokmateriaal!);

dat geeft geen volledige garantie voor HD-vrije pups.

 

In de fokkerij van rashonden moet ook rekening gehouden worden met andere erfelijke stoornissen en met speciale ras- en gedragskenmerken. Bij sommige rassen waarin HD vaak voorkomt en bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn is het daardoor helaas niet altijd mogelijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken. Door de invloed van uitwendige factoren op het ontstaan van HD is de mate van verandering aan de heupgewrichten niet altijd een goede maat voor de erfelijke status van de hond voor wat betreft HD. Zelfs wanneer een hond vrij is van HD wil dat nog niet zeggen dat de hond geen erfelijke factoren in zich kan hebben en kan door geven aan zijn of haar nageslacht. Per ras zullen de fokkers dan ook gezamenlijk (binnen de rasvereniging) moeten vaststellen welke foktechnische maatregelen binnen hun ras mogelijk zijn met betrekking tot de bestrijding van HD.

 

Schapendoezen hoeven helaas niet op HD te worden gecontroleerd voor de fokkerij.

2018 © Marjolein Flobbe

fight cancer logo
KWF logo
  • Wix Facebook page
  • Twitter Classic
  • LinkedIn App Icon